Logo Feest Aan Zee

Historie


Achtergrond van 200 jaar historie Scheveningen Bad

Vijf jaar na de landing van de latere koning Willem I op het Scheveningse strand, richt Jacob Pronk met toestemming van de koning het eerste badhuis van Scheveningen op. Hierdoor ontstond de eerste badplaats van Nederland. Inspiratie voor de vier kamertjes met badkuipen met zeezicht had Pronk opgedaan tijdens zijn reizen naar Frankrijk en Engeland. Ook werden gasten met badkoetsen in zee gebracht. De koetsen waren voorzien van een grote kap zodat de badgasten onbespied konden baden. Vooral mensen met reumatische kwalen en zenuwziekten hadden baat bij baden in zeewater, ze deden dit veelal op doktersadvies.

Tien jaar later werd het eerste badhuis van Pronk vervangen door het stedelijk badhuis Grand Hôtel des Bains, dat een groot succes werd. Het zou leiden tot een uitbreiding met hotelkamers en het uiteindelijke Kurhaus dat in 1885 opende. Het cachet van de Britse en Franse badplaatsen diende als voorbeeld, waardoor entertainment ook in Scheveningen een belangrijke rol ging spelen. Het Kurhaus werd podium voor chique galadiners, opera, toneel en concerten. Scheveningen wemelde van rijke families, Duitse adel en voorname industriëlen. In de twintigste eeuw ontwikkelde de badplaats zich verder, met de komst van de iconen, het vervoer naar Scheveningen, de strand- en surfsport en als bruisend uitgaanscentrum.

Jacob Pronk, stichter van het eerste badhuis

Jacob Pronk (1762-1838) was ooit actief als visser, reder en herbergier. Hij werd bekend als een van de fervente Oranjegezinden die in 1795 prins Willem V naar Engeland hielpen vluchten. Tijdens de landing van de Prins in november 1813 vervulde Pronk opnieuw een prominente rol. Op de historische dag van 30 november nam hij op het strand de regie op zich, met het vaste voornemen alles zo waardig mogelijk te laten verlopen.

Tussen 1806 en 1808 ontvouwde Pronk al het eerste formele plan om Scheveningen met een moderne badinrichting in de vaart der volkeren op te stuwen. Het badhuis van Pronk was in het eerste jaar een succes. Er kwamen 1400 bezoekers. Het geld dat Pronk hiermee verdiende, investeerde hij in de infrastructuur van de badplaats, waaronder een nieuw schelpenpad.

Op initiatief van de Haagse burgermeester L.C.R. Copes van Cattenburch (1771-1842) werd een Stedelijk Badhuis gebouwd om de concurrentie met andere badplaatsen aan te gaan. Pronk werd uitgekocht en diens badhuis afgebroken. Bij het Kurhaus (boulevard-zijde) is een plaquette van Pronk te bewonderen.

Badkoetsen en badkleding

In 1819 kwam voor het baden in zee een reglement dat onder meer voorschreef dat er niet tegenover de kerk mocht worden gebaad. Ook werd bepaald dat er altijd een zeeman mee moest, omdat de meeste badgasten (nog) niet konden zwemmen. Het gebruik van een grote badkoets kostte toen één gulden, inclusief het gebruik van handdoeken. Vrouwen moesten altijd worden vergezeld door een badvrouw.

De burgemeester van Den Haag schreef in 1846 een nieuwe verordening met onder meer de volgende bepaling: ‘Er zal niet in open zee gebaad worden dan met zogenaamde zwembroeken’. Hierdoor kwam de badmode op. De eerste badmode kwam uit Frankrijk, voor heren korte broeken en voor de dames een flanellen hemd.

Vermaak op het strand

Voordat het eerste badhuis op Scheveningen kwam, was het strand ook al decor van vermaak. In 1602 ontwierp Simon Stevin een zeilwagen voor Prins Maurits. Hiermee legde hij over het zand een tocht af tot aan Petten. Voor die tijd met een recordsnelheid van 40 kilometer per uur. In de zeventiende eeuw was er nog een vreemd soort strandvermaak: vrouwenspoelen. Jonge vrouwen werden door hun geliefde meegelokt naar de vloedlijn en door hen de zee ingedragen. Bij terugkeer op het strand volgden het ‘duinafrollen’ en een ‘inzouting’ met zand.

Iconen van de badplaats

Sinds 1875 torent de gietijzeren rode vuurtoren boven Scheveningen uit. Het licht reikt tot 53 kilometer op zee en is nog steeds in gebruik. In 1901 kwam daar een tweede icoon bij: de eerste pier, ‘Wandelhoofd Koningin Wilhelmina’.

Hotelgasten van het Kurhaus konden via een brug direct over de promenade boven zee wandelen. Op het dek van het Wandelhoofd werd toen al veel variété, zoals muziek-, acrobatische en toneelvoorstellingen opgevoerd. Het strand werd een ware trekpleister, er kwamen meer kiosken en uiteindelijk strandpaviljoens. Scheveningers begonnen souvenirs te verkopen en de meest vreemde soorten entertainment (van struisvogelritjes tot auto- en vliegshows) kwamen op.

In de Tweede Wereldoorlog brandde het Wandelhoofd volledig af. De nieuwe Pier werd tijdens de wederopbouw iets noordelijker gebouwd dan het Kurhaus, zodat dit het uitzicht vanuit het hotel niet meer belemmerde. De opening hiervan was in 1961.

Vervoer naar Scheveningen

Vanaf 1864 rijdt de eerste Nederlandse tramlijn, een paardentram, naar Scheveningen langs de Scheveningseweg. De eerste stoomtram van Nederland rijdt ook naar de badplaats in 1879. Station Hollands Spoor wordt in 1886 met Scheveningen verbonden via de eerste lijn van de HIJSM.

In 1904, het openingsjaar van het Circustheater, begint Tramlijn 9 ook naar de kust te rijden. Drie jaar later opent het station Scheveningen Kurhaus. Vanaf Rotterdam Hofplein kon men tot 1953 in 30 minuten(!) tot aan de Zwolsestraat reizen. In 1924 start de Blauwe Tram, die de badplaats ook met Leiden verbindt.

Tijdens de wederopbouw nam het aantal auto’s toe die parkeerden op de plek van het oude station in Scheveningen. Nu is daar de parkeergarage Strand. Tegenwoordig kunnen bezoekers ook naar Scheveningen reizen met de Tourist Tram, historische trams die van april tot september mensen van de binnenstad naar het strand brengen.

Surfen en strandsport

Scheveningen is de bakermat van het Nederlandse surfen. In 1969 ontdekte Go Klap het golfsurfen met een board dat uit Australië kwam en bij de zeilclub was gevonden. In de jaren ’70 startte Klap een eigen winkel omdat surfspullen moeilijk verkrijgbaar waren.

Voor golfsurfen bleek Scheveningen de beste surfplek in Nederland. Dit deed de bekende Italiaanse surfer Claudio Brunotti besluiten naar de badplaats te komen. Daar begon hij een werkplaats en ging hij windsurfboards ontwerpen. Het internationaal bekende boardsportmerk is hieruit voortgevloeid.

Sinds 2009 is het Internationale Topzeilcentrum Den Haag in de derde haven gevestigd. Ook beachvolleybal en kitesurfen winnen aan populariteit, waardoor strandsport niet meer uit de badplaats is weg te denken.

Uitgaanscentrum

Tot 1972 was het Kurhaus dé cultuurtempel van Nederland. Internationale artiesten stonden er meerdere keren per jaar op de bühne. Hierna werd een verbouwing gestart die enkele jaren duurde. De twee vleugels werden volledig vernieuwd en een toevoeging van het Holland Casino volgde.

In de jaren ’80 en ’90 groeide Scheveningen uit tot een levendig uitgaanscentrum met een overname van het Circustheater door Joop van den Ende, de nieuwe attracties Sea Life, de Pathé-bioscoop, Museum Beelden aan Zee en een vernieuwing van Holland Casino.

Anno nu gaat het Scheveningen weer voor de wind. De recente vernieuwing van de boulevard en de Pier met een reuzenrad, tokkelbaan en foodmarkt dragen bij aan de nieuwe aantrekkingskracht. Ook een breed, jaarrond aanbod met sportieve, culturele en publieksevenementen trekt bezoekers uit binnen- en buitenland.